SDE++ ronde 2026 opent op 27 oktober: Wat betekent dit voor groen gas uit mestvergisting?
SDE++ ronde 2026 opent op 27 oktober: Wat betekent dit voor groen gas uit mestvergisting?
Van 27 oktober tot en met 26 november 2026 kunnen ondernemers een aanvraag indienen voor de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). Met de SDE++ wordt subsidie toegekend aan bedrijven die hernieuwbare energie opwekken of de CO2-uitstoot verminderen. Voor deze ronde is in totaal €8 miljard beschikbaar voor projecten op het gebied van duurzame energie en CO2-reductie. Ook groen gasproductie uit mestvergisting komt binnen deze ronde in aanmerking voor ondersteuning.
Voor monomestvergisters is de SDE++ een belangrijke regeling. De subsidie biedt gedurende meerdere jaren ondersteuning en zekerheid voor de productie van groen gas en vormt vaak een belangrijke basis voor de financiering en businesscase van een project. Daarbovenop komt het verdere verdienmodel, zoals het fysieke groen gas en groen gas certificaten (GvO’s). Deze combinatie bepaalt de uiteindelijke totale business case.
Zorg dat je aanvraag aansluit bij het project
Wie in 2026 een SDE++ aanvraag wil indienen, doet er goed aan om op tijd te controleren of het project klaar voor aanvraag is. De benodigde vergunningen moeten op tijd op orde zijn en de aanvraag moet goed aansluiten bij de installatie die uiteindelijk wordt gerealiseerd.
Ook na de beschikking blijft dat belangrijk. Kleine technische optimalisaties zijn in de praktijk mogelijk, maar bewust een installatie realiseren die substantieel afwijkt van de uitgangspunten van de aanvraag kan aanleiding geven tot nader onderzoek. Het uitgangspunt is daarom dat de gerealiseerde installatie aantoonbaar aansluit bij de aanvraag en de afgegeven beschikking.
RVO heeft voor het voorbereiden en indienen van een SDE++ aanvraag een praktisch stappenplan opgesteld, dat je kunt vinden op de website van RVO.
Van beschikking naar ingebruikname
Na een SDE++ beschikking volgt de realisatie van het project. Voor groen gas ontvangt RVO de productiegegevens via VertiCer.
RVO beschouwt een installatie als in gebruik genomen wanneer deze is gerealiseerd en voor het eerst duurzame energie produceert waarvoor GvO’s worden afgegeven. In de praktijk neemt RVO de startdatum over die op het certificaat van VertiCer staat vermeld, zolang de uiterste ingebruiknametermijn niet is overschreden.
Die uiterste termijn is belangrijk. Wanneer deze wordt bereikt terwijl de installatie nog niet in productie is, kan de subsidieperiode al gaan lopen. Komt de installatie later daadwerkelijk in gebruik, dan kan niet benutte productie onder voorwaarden worden doorgeschoven naar volgende jaren, tot maximaal één jaar na het einde van de subsidieperiode.
Tijdens de productie: maandelijkse voorschotten
Zodra de installatie in productie is, werkt de SDE++ in de praktijk met maandelijkse voorschotten van RVO. RVO bepaalt vooraf het verwachte subsidiebedrag voor het kalenderjaar op basis van de verwachte subsidiabele productie en de voorlopige correctiebedragen. Vervolgens wordt maandelijks een voorschot uitgekeerd. Daarbij wordt 80% van de verwachte subsidiabele productie bevoorschot.
Na afloop van ieder kalenderjaar volgt een bijstelling. RVO kijkt dan naar de werkelijk gerealiseerde subsidiabele productie en het definitieve correctiebedrag. Hierdoor kan nog een bedrag worden nabetaald, maar het kan ook voorkomen dat gedurende het jaar te veel voorschot is ontvangen. Dat wordt dan verrekend met toekomstige voorschotten of eventueel teruggevorderd. De resterende 20% is daarom geen vaste nabetaling.
Voor de uitbetaling van de SDE++ is het belangrijk dat de groen gas productie goed wordt geregistreerd via VertiCer. RVO ontvangt namelijk via VertiCer de productiegegevens waarop de subsidie wordt gebaseerd. Ontvangt RVO geen productiegegevens, dan kunnen de maandelijkse voorschotten tijdelijk worden stopgezet. Zodra de gegevens weer beschikbaar zijn, kunnen de betalingen worden hervat. Het is daarom belangrijk dat de registratie bij VertiCer en de afgifte van GvO’s gedurende de subsidieperiode goed op orde blijven.
SDE++, certificering en verkoop van groen gas
De SDE++ is dus een belangrijke en stabiele basis voor de inkomsten van een monomestvergistingsproject. Maar zoals we eerder aangaven bepaalt de combinatie met het fysieke gas en de GvO’s de uiteindelijke business case. Om die combinatie goed te benutten, spelen de marktwaarde van GvO’s, de Carbon Intensity score (CI-score), EU RED certificering en de gekozen contractvorm een rol. EU RED certificering is noodzakelijk om de duurzaamheid en broeikasgasprestatie van het geproduceerde groene gas aantoonbaar te maken en het als duurzaam gecertificeerd groen gas in de markt te kunnen positioneren.
In sommige situaties kan het financieel aantrekkelijker zijn om groen gas en de bijbehorende certificaten zonder SDE++ te vermarkten, omdat de marktwaarde van de GvO’s hoger kan zijn dan de netto opbrengst met SDE++. Of dit interessant is, hangt af van de specifieke situatie, marktprijzen en contractvoorwaarden.
Ook de betalingsstructuur kan verschillen. Een commercieel contract voor bijvoorbeeld GvO’s kan sneller of op een ander moment uitbetalen, terwijl de SDE++ werkt met maandelijkse voorschotten en een jaarlijkse correctie.
Bij Mestify begeleiden we geen SDE++ aanvragen. Wij helpen producenten om de waarde van hun groen gas te optimaliseren. We kijken samen naar de verschillende mogelijkheden, waarbij we onder andere EU RED certificering, CI-score, GvO waarde en de mogelijke opbrengst met of zonder SDE++ tegen elkaar afwegen.